Het is ook goed om het aan anderen te vertellen. Dan snappen ze in elk geval waarom je wat langzamer bent. Of waarom je sommige dingen eng vindt om te doen. In elk geval is het niet omdat het gek is. Er zijn veel andere kinderen die het hebben. Net als veel grote mensen.
Soms kun je het niet alleen. Dan kun je les krijgen van iemand die er voor geleerd heeft. Bibber vertelt je hoe dat gaat op de pagina Extra hulp.
Er zijn veel kinderen en ook grote mensen die last hebben van vervelende doe-dingen waarmee ze niet kunnen stoppen. Gelukkig kun je hier wat aan doen. Soms kun je het zelf.
Je kan goed oefenen om die doe-dingen minder vaak te doen. Dat gaat het beste in kleine stapjes. Hier geef ik een paar voorbeelden van hoe je kan oefenen.Als je bijvoorbeeld rondjes van letters moet inkleuren:
Als je bijvoorbeeld bomen op weg naar school moet aantikken:
Zeg tegen je zelf dat je de dingen helemaal niet hoeft te doen. Bijvoorbeeld:
En één keertje extra kijken of de computer uitstaat geeft niks. Maar je hoeft het echt geen tien keer te doen. Zeg dan:
colofon