Soms word je wel eens bang als er iets verandert om je heen. Bijvoorbeeld als het donker wordt ‘s avonds.
Als je in een stad woont, is het buiten bijna nooit donker. Maar wanneer je, bijvoorbeeld op vakantie, eens buiten de stad bent, schrik je wanneer je ’s avonds buiten bent. Je kunt dan bijna niets zien. Dat is logisch, want je weet dan niet wat er om je heen gebeurt.
Sommige kinderen zijn ook bang wanneer het in hun eigen huis donker is, bijvoorbeeld in hun eigen slaapkamer.
Sommige kinderen die bang zijn in het donker durven niet alleen naar hun slaapkamer te gaan. Of ze durven niet alleen in hun slaapkamer te blijven wanneer het licht uit is. Bang zijn in het donker is goed te begrijpen, want je kunt niet zien of er misschien iets vervelends gebeurt.
Sommige kinderen denken dan dat er een inbreker komt. Andere kinderen zijn bang dat hun ouders misschien weg gaan.
Vaak weten deze kinderen best dat ze daar niet bang voor hoeven zijn, maar als het zo donker is komt het bang zijn vaak weer terug.