‘Bibber, wil je een pak melk halen?’ vraagt mama. ‘Ik ga pannenkoeken bakken.’
‘Lekker!’ zegt Bibber. ‘Maar moet ik alleen gaan?’
‘De melkboer is aan de overkant. Je hoeft alleen de parkeerplaats maar over te steken. Je bent al zo groot, dat kan je toch wel?’
‘Ja, mama.’ Bibber krijgt geld mee. Langzaam loopt hij de trappen van de flat af.
Bij de parkeerplaats is een park. Mensen laten daar hun hond uit. De honden rennen en blaffen, want ze zijn blij dat ze niet aan de riem hoeven. Bibber loopt altijd samen met mama in het park. Hij houdt haar hand stevig vast. De honden ruiken dat mama niet bang voor ze is, en ze laten mama en Bibber met rust.
Maar nu moet hij alleen. Bibber heeft opeens helemaal geen zin meer in pannenkoeken.
Er stopt een auto. Een man met een kaal hoofd stapt uit. Hij opent een portier en een grote zwarte hond springt de auto uit. Hij blaft hard.
‘Kalm, Nero,’ zegt zijn baas. Zijn mobieltje gaat en hij begint te praten. Hij ziet niet dat de hond naar Bibber rent.
De hond komt tot Bibbers middel. Hij snuffelt aan Bibber. Bibber blijft heel stil staan. Hij durft niets meer te doen of te zeggen. Zijn hart bonst.
De hond blaft. Hij heeft grote witte scherpe tanden. Daar kan hij Bibber mee bijten. Dat zou heel erg pijn doen.
Opeens springt de hond tegen Bibber op. Bibber valt op de grond, met de hond bovenop hem. De grote bek met de scherpe tanden en de rode tong is vlakbij Bibbers gezicht. Bibber knijpt zijn ogen dicht. Hij hoort de hond hijgen. De boze hond zal Bibber verslinden…
‘Nero!’ roept de man. ‘Kom onmiddellijk hier.’
Het gehijg stopt. De poten met de scherpe nagels zijn niet meer in Bibbers buik. Bibber doet één oog open. Hij ziet de benen van de man.
‘Nero doet nooit niks,’ zegt de man. ‘Hij wil alleen maar spelen.’
Fluitend loopt de man weg, naar het park. Nero rent blaffend voor hem uit. Bibber wacht tot hij ze niet meer ziet. Hij gaat staan. Zijn knieën zijn helemaal slap…
Bibbers knieën trillen echt. Hij staat nog voor het raam in de flat. Naar buiten durft hij niet meer. Wat hij net heeft bedacht, zou echt kunnen gebeuren.
Bibber loopt weer naar boven. Hij klopt op de deur.
‘Was de melkboer dicht?’ vraagt mama.
‘Er was een hele grote zwarte hond, mama. Ik durfde niet naar buiten.’
Mama strijkt over Bibbers haar. ‘Och jochie toch. Zullen we samen gaan?’
‘Ja mama!’
‘En als we pannenkoeken hebben gegeten, met stroop…’
‘Met stroop!’
‘Dan leer ik je hoe je niet meer bang hoeft te zijn voor honden.’
‘Kan dat dan?’vraagt Bibber.
‘Tuurlijk kan dat,’zegt mama. ‘Ik was vroeger bang voor spinnen. Maar nu lust ik die behaarde griezels rauw!’
Bibber lacht. Als mama dat heeft geleerd, kan hij het ook!